Jan Timman die op woensdag 18 februari jl. overleed op 74−jarige leeftijd, was weliswaar geen lid van Pegasus maar had wel een speciale band met onze schaakvereniging, en met Amstelveen. Zeker toen hij vanaf 2015 vrijwel elk jaar hier op bezoek kwam. Eerst van 2015 tot en met 2019, steeds op de tweede zaterdag in juni voor ‘Schakers van Formaat’: de simultaan met de grote stukken op het Stadsplein. Daarna voor een ‘gewone’ simultaan of lezing op onze clubavond. Voor het laatst op 15 april 2025 toen hij nog altijd 29 uit 33 scoorde tegen behoorlijke tegenstand. Bart Stam haalt herinneringen op aan de Arnhemse grootmeester die begin jaren tachtig nummer twee was op de wereldranglijst, achter toenmalig wereldkampioen Karpov.
Zijn dood op woensdag 18 februari jl. kwam als een enorme schok voor mij: grootmeester Jan Timman is niet meer. Hoe kan dat nou Jan, je zou toch lang blijven leven? Dat had je mij zelf verteld tijdens een interview in oktober 2021 in Arnhem voor het Max Euwe Centrum, vlak voor je zeventigste verjaardag?!
Het overlijden van Timman is een groot verlies voor de (internationale) schaakwereld maar ook ik voel leegte en pijn. Alsof ik, na het overlijden van mijn moeder in 2020, opnieuw wees ben geworden…Jan Timman was, samen met Fischer, Tal, Kasparov en Larsen, één van mijn grote schaakhelden. Gelukkig heeft hij ons talloze prachtige boeken, partijen én eindspelstudies nagelaten. En veel mooie herinneringen.
Timman was niet altijd gemakkelijk te benaderen, zeker niet in zijn topjaren als schaker, maar naarmate hij ouder werd, werd hij toegankelijker, ook voor niet−schakers. Hij had een droog, goed gevoel voor humor en was enorm belezen. Jorge Luis Borges was zijn lievelingsschrijver maar hij kende ook het werk van Fjodor Dostojevski, Harry Mulisch en Gerard Reve zeer goed. Van kletspraat en smalltalk hield hij niet, wel van een goed glas wijn (zowel rood als wit).
IBM-toernooien
Ik zag Jan Timman voor het eerst in de zomer van 1977 in de RAI in Amsterdam. Een engelachtige, dromerige jongeman met lang haar die één van de zestien deelnemers was aan het jaarlijks IBM Schaaktoernooi. Ik was zeventien jaar, woonde in Oss en was in het voorjaar (eindelijk) lid geworden van de plaatselijke schaakclub.
Maar schaken deed ik al een jaar of vijf zeer intensief sinds de beroemde WK tweekamp Fischer−Spasski in 1972. Ik logeerde die zomer bij mijn oma in De Watergraafsmeer en ging elke dag kijken. Een wandeling van een half uur of een korte tramrit vanaf het Amstelstation naar de Glazen Zaal van de RAI op het Europaplein. ’s Avonds bij het avondeten vertelde ik mijn oma enthousiast wat ik allemaal had gezien en welke geheimzinnige zetten de grootmeesters nu weer hadden gedaan. Mijn oma glimlachte begripvol, zonder mijn fascinatie te doorgronden.
Ik herinner mij nog dat Timman tijdens de partijen regelmatig liep te dollen met zijn vrienden Hans Böhm, Ulf Andersson en Eugenio Torre. The ‘Angry Young Men’, zoals ze in de wandelgangen heetten, naar de Britse naoorlogse schrijversgroep. Timman speelde dat jaar geen rol van betekenis, hij eindigde in de middenmoot. Dat was een jaar later (1978) wel anders, toen hij het toernooi met overmacht won. Ook die zomer logeerde ik weer bij mijn oma en ging elke dag kijken bij de partijen en genoot van het commentaar in een belendend zaaltje.
Ik volgde in die jaren Timmans vorderingen op de voet. Ik had een abonnement op Schaakbulletin, hét Nederlandstalige schaaktijdschrift van die jaren. Daarin publiceerde Timman zijn recente partijen. Het viel mij op hoe helder en duidelijk zijn analyses waren. Daar heb ik veel van geleerd. Maar echt contact had ik natuurlijk niet met mijn schaakheld.
Interview Arnhemsche Courant
Dat veranderde ik het najaar van 1980 toen ik als leerling-journalist op de redactie van de Arnhemsche Courant werkte. Omdat ik januari 1980 in Wijk aan Zee al eens een groot interview had gemaakt met grootmeester Lev Alburt, die de Sovjet-Unie was ontvlucht, gold ik als ‘de schaakexpert’ op de redactie. (U weet wel: in het land der blinden is...)
Ik stelde voor om een interview te maken met Jan Timman aan de vooravond van de schaakolympiade in Malta en dat mocht van de sportredactie. Met mijn toenmalige schaakvriend Teus Weijman uit Ede die fungeerde als chauffeur (ik had nog geen rijbewijs), reden we naar de bossen bij Apeldoorn waar het Nederlands team zich voorbereidde. Timman nam uitgebreid de tijd voor ons. Ik merkte dat de toen nog jonge grootmeester het wel eens prettig vond om een journalist tegenover zich te vinden die ook schaakte en aan wie hij niet steeds hoefde uit te leggen wie bijvoorbeeld Larsen, Euwe of Tal waren. Helaas heb ik het interview, ondanks herhaalde pogingen, niet terug kunnen vinden op www.delpher.nl.
Naar de wereldtop
De jaren daarna volgde ik Timmans opmars naar de wereldtop op de voet. Ik speelde al zijn partijen na in Schaakbulletin en was apetrots dat ik, na dagenlang analyseren, een verbetering had ontdekt in zijn analyse van zijn partij (met zwart, remise) tegen wereldkampioen Anatoli Karpov in het IBM-toernooi van 1981. Mijn suggestie verscheen eerst in Schaakbulletin en in 1983 ook in zijn boek Schaakwerk I. Grappig genoeg had een schaker uit Enschede, ene Martin van Neck, dezelfde vondst gedaan!
De jaren tachtig waren spannende jaren voor schaakliefhebbers, dus ook voor de fans van Jan Timman. Schaakcomputers speelden nog geen rol van betekenis, terwijl het wereldwijde web nog van start moest gaan voor gewone burgers. Om hun helden te zien moesten we naar de toernooizalen. Naast de IBM- en OHRA toernooien in Amsterdam was ik vaak te vinden bij het Interpolistoernooi In Tilburg, waar ik woonde en studeerde tussen 1981 en 1985. Ook bezocht ik het World Cup toernooi in Rotterdam, waar Timman heel goed speelde en het toernooi ook won, voor onder anderen Karpov en Kasparov. Tijdens dat toernooi speelde ik mijn eerste simultaanpartij tegen de ‘Best of the Rest’ die ik kansloos verloor. Nooit heb ik een simultaanpartij tegen onze grootmeester kunnen winnen, met uitzondering van ‘Schakers van Formaat’, het toernooi met de grote stukken op het Stadsplein in Amstelveen. Het moet in 2016 of 2017 zijn geweest. Toen kreeg ik wel hulp van twee sterke schakers: Daniel Vanheirzeele uit Gent en mijn jeugdvriend Peter Boll.
Curaçao
In het najaar van 2003 heb ik Timman beter leren kennen tijdens het open Internationale Gateway schaaktoernooi op Curaçao. Mijn toekomstige vrouw Janneke, hoewel geen schaakster, vond het wel leuk om mee te gaan. Ook nu nog altijd kijken we vol plezier terug op dit bijzondere toernooi. We speelden en logeerden in het toenmalige van der Valk hotel dat hoog uittoornt boven Willemstad, de ‘hoofdstad’ van het eiland.
Het bijzondere was dat het weliswaar een klein open toernooi was met ‘slechts’ 42 deelnemers maar wel met veel topspelers. Naast Timman ook de grootmeesters Robert Hübner (helaas overleden in januari 2025), Boris Gulko (die het toernooi op weerstandspunten zou winnen), Alexander Shabalov, Julio Granda Zúñiga, mijn goede vriend Karel van der Weide (inmiddels gestopt met schaken) en de latere vrouwenwereldkampioene Antoaneta Stefanova uit Bulgarije. Met de toenmalige organisator Alex Roose, een gepensioneerd huisarts, heb ik nog altijd contact.
Met Timman en zijn vrouw Geertje dronken Janneke en ik na afloop van de partijen af en toe een glas wijn of een borrel in de hotelbar, helemaal op de bovenste verdieping. Daarnaast bezochten we op onze rustdag, samen met de andere deelnemers, het nieuwe slavernijmuseum van de Nederlandse miljonair Jacob Gelt Dekker in Otrabanda, de ‘achterbuurt’ van Willemstad.
“Ik kan beter stoppen!”
Met 42 deelnemers − en dus 21 borden − kwam Timman wel eens kijken bij mijn bord. Dat vond ik een grote eer en ik moest mezelf bedwingen om niet ter plekke een spectaculair, maar ook volkomen belachelijk stukoffer te brengen als ik aan zet was. Uiteraard ging Timman niet analyseren met een knoeier zoals ik. Wel liet hij een keer op een groot demonstratiebord winstpartij zien. Toen ik hem zag analyseren zei ik tegen mijn vriend Karel van der Weide. “Nu ik dit heb gezien, geloof ik dat beter kan stoppen met schaken, ik snap er helemaal niets van!”
In de jaren daarna kwam ik Timman regelmatig tegen: bij de presentatie van het nieuwe literaire schaaktijdschrift Matten, tijdens trainingen en lezingen in het Max Euwe Centrum of in Wijk aan Zee en vanaf 2014 elke zomer in juli tijdens het open schaaktoernooi Politiken Cup, genoemd naar de gelijknamige kwaliteitskrant van Denemarken, in Helsingør (de stad van Hamlet, Elsinore in het Engels). Gelegen aan de Sont, zo’n vijftig kilometer ten noordoosten van Kopenhagen. Een groot open toernooi met ruim vierhonderd toernooi waaraan Timman vanaf 2012 deelnam en doorgaans goede resultaten behaalde, hoewel hij het toernooi nooit wist te winnen.
Happy in Denemarken
Daar, in het uiterste noordoostpuntje van Denemarken, met uitzicht op Zweden, voelde Timman zich duidelijk thuis. ’s Ochtends aan het ontbijt en tijdens de partijen spraken we elkaar even. In de avonduren zagen we hem niet, dan trok hij zich terug in zijn appartement met Geertje.
Omdat wij altijd met de auto naar Denemarken gingen, namen we doorgaans een flink aantal flessen wijn mee om het toernooi door te komen. Uiteraard had ik voor mijn schaakheld altijd wel eens een flesje over. Maar we zagen Timman voor de partij ook wel eens naar de slijter in het centrum fietsen.
Onze voormalige wereldkampioenskandidaat werd door de organisatie terecht met alle egards behandeld: doorgaans gaf hij halverwege het toernooi een lezing. Ik was erbij toen hij partijen liet zien van Bent Larsen, de sterkste Deense schaker uit de geschiedenis met wie Timman veel interessante partijen speelde. Maar hij mocht zich ook een aantal keren uitleven op zijn grote passie: eindspelstudies.
Schakers van Formaat
Ook in eigen land kwam ik Jan Timman weer vaker tegen. Enerzijds als vrijwilliger van het Max Euwe Centrum in Amsterdam maar ook als lid van Pegasus. Dankzij Maarten Langen was Timman tussen 2015 en 2019 elk jaar op een zaterdag in juni een graag geziene gast op het jaarlijkse ‘Schakers van Formaat’ op het Stadsplein. Timman voelde zich daar altijd thuis, samen met zijn vriend Hans Böhm. En hij nam zijn taak zeer serieus: hij verloor amper een partij en speelde altijd interessante partijen. Hij liep zijn rondjes, genoot van het weer (met uitzondering van de laatste editie in 2029 toen we door de slagregens en harde wind noodgedwongen moesten uitwijken naar het Cobra Museum. Hier liet hij interessante eindspelstudies zien) en maakte met iedereen een praatje. Maar wat hij misschien nog wel zijn leukste onderdeel vond van zijn bezoek aan Amstelveen was op de vrijdagavond eten bij wokrestaurant Fussia aan de Willem Dreesweg in Middenhoven. Vooraf informeerde hij altijd bij Maarten: “We gaan toch wel weer naar dat wokrestaurant?”

Misverstanden…
Hilarisch, alleen op het moment zelf niet voor met name Maarten, waren de talloze misverstanden tussen Timman en Böhm over de gezamenlijk reis van Hilversum naar Amstelveen. Omdat Timman mobiele telefoon noch rijbewijs had, ging dat regelmatig mis. Dan stond Hans op Station A te wachten en was onze Arnhemse grootmeester uitgestapt op station B. Ze sliepen vooraf altijd in Grand Hotel Amstelveen aan de Bovenkerkerweg. Na afloop op zaterdag bracht ik Jan vaak naar treinstation Amsterdam Zuid.
Ook bij het Max Euwe Centrum mocht ik een aantal malen als gastheer optreden tijdens een training of lezing van Jan Timman voor clubschakers. Dat waren altijd heel informatieve avonden: voor de pauze analyseerde Timman een paar actuele grootmeesterpartijen, in het tweede gedeelte na de pauze volgden steevast eindspelstudies van eigen makelij. Het ongelooflijk hoge niveau van deze studies en de vaak verrassende wendingen, vond ik altijd zeer inspirerend.
Door de contacten die onze voorzitter inmiddels had gelegd, kwam Jan Timman ook een aantal keren naar de clubavond van Pegasus. Een aantal keren om ook weer partijen te analyseren, compleet met een boekenverkoop in de pauze, maar ook voor een simultaan.




